Nieuws en blogs

Crisiscommunicatie: tips uit de praktijk

1.         Hoor en wederhoor

Als communicatie- en PR-bureau met een groot aantal crisiscontractanten, zoals Wisse Kommunikatie, heb je op twee manieren met de pers te maken. Meestal is de journalist je sparringpartner; hij belt jou voor informatie namens of over je opdrachtgevers, of jij benadert hem met interessante content.  

In crisissituaties is de samenwerking soms echter ver te zoeken. Sterker nog, vaak is er sprake van gebrek aan medewerking of zelfs van botte tegenwerking.

Dit klinkt misschien zuur, maar zo ervaar ik de media soms wel. Om dit in de juiste context  te plaatsen: iedere misstand die door journalisten aangekaart en op de agenda geplaatst wordt, is in mijn ogen een overwinning; een waarvoor het hele volk op de banken mag gaan staan. Journalisten prikken met hun scherpe zintuigen en pennen immers mede namens ons de bubbels kapot die de Blatters, Winterkorns en Poetins van deze wereld blazen. En met even veel plichtsbesef pakken ze fraude binnen woningcorporaties en overheidsorganisaties aan, drukken ze landelijke en lokale politici met hun neuzen op hun gebroken beloften en nemen ze bestuurders in de zorg de maat die misstanden veroorzaakt hebben.

Maar behalve waakhonden van de maatschappij zijn journalisten ook mensen die zich – net als iedere andere professional natuurlijk –  willen profileren, erkenning willen voor hun werk en hun taak zo goed mogelijk willen uitvoeren. En als die taak erin bestaat zo veel mogelijk bladen te verkopen door zo veel en zo sappig mogelijke scoops te brengen, dan komt de waakhondfunctie wel eens in het gedrang, heb ik gemerkt.

Een concreet voorbeeld: we werden bij een van onze opdrachtgevers geconfronteerd met een ‘diepgravend journalistiek onderzoek dat een kleine vier maanden in beslag had genomen en waaruit zeer schrijnende misstanden naar voren waren gekomen’. Het welzijn van de betrokkenen zou zelfs in ernstig gevaar zijn geweest volgens de bronnen, die de journalist van het desbetreffende gerenommeerde dagblad blindelings vertrouwde.

Dan vraag je je toch meteen af waarom de journalist die misstanden niet meteen heeft gemeld bij de autoriteiten… Om de scoop niet te verpesten wellicht?

Ieder wiens organisatie wel eens negatief in de aandacht geweest is, weet dat hij niet zomaar iets kan roepen ter verdediging, maar eerst moet onderzoeken wat de feiten zijn. Alleen vanuit de feiten kun je goed communiceren. Maar dat onderzoek kost tijd. Je moet dossiers heropenen, medewerkers mobiliseren, stakeholders en patiënten bevragen, enzovoort. Een onderzoeksjournalist weet als geen ander hoe het werkt en hoeveel tijd gaat zitten in gedegen onderzoek. De tijd die hij je geeft voor je feitenkader en dus voor wederhoor zou daarop afgestemd moeten zijn.

Dus als die journalist je dan een paar uur geeft, of – zoals we onlangs meemaakten - van vrijdagmiddag 17.30 u tot zondagmiddag 12.00 u om jouw verhaal op papier te zetten, noem ik dat geen wederhoor. Toch niet in de geest van de wet.

Wat doe je in dergelijke gevallen? Hoe voorkom je dat een ongenuanceerd of ongefundeerd verhaal in de krant komt, en je je vervolgens moet gaan verdedigen tegen ‘feiten’ van anderen? Op de eerste plaats door in gesprek te gaan met de journalist en zijn redactie. Door hen te wijzen op ‘jouw feiten’ en op hun journalistieke verantwoordelijkheid deze te onderzoeken.

Daarbij mag de journalist gerust zeer kritisch, sceptisch en cynisch zijn. Als hij jouw verhaal maar onderzoekt en het ook bij jou checkt. Dat daar nog steeds een versie kan uitkomen die schadelijk is voor je organisatie, is een ander verhaal. Dan moet je met de billen bloot en mag het volk zijn ovatie inzetten. Dat scenario bewaar ik voor een volgende blog.

Maar hier geldt: als je maar gehoord wordt, en tijd krijgt om jouw versie te staven en toe te lichten.

Hoeveel tijd je mag vragen, hangt af van je relatie met de journalist en van de aard en de ernst van de beweerde feiten. Daar zijn echter geen strikte regels voor. Hoewel hoor en wederhoor in de journalistiek een groot goed is, staan de richtlijnen van dit principe niet in steen gebeiteld.

We hebben wel eens een advocaat ingeschakeld, die een dagbladredactie erop gewezen heeft dat onze opdrachtgever zulke sterke aanwijzingen had dat de aantijgingen niet klopten dat een claim wegens smaad niet ondenkbaar is. Dat vertraagt de publicatie wel. Maar dat werkt natuurlijk alleen als je er zeker van bent dat de aantijgingen niet kloppen. Als achteraf blijkt dat je advocaat maar wat roept om te vertragen, is de reputatieschade niet meer te overzien.

Om af te ronden: ik vind dat persvrijheid cruciaal is voor de zelfreinigende werking van onze samenleving. Hoor en wederhoor is daar een integraal onderdeel van. Maar als dat principe niet goed toegepast wordt, hebben we geen persvrijheid, maar sensatiepersvrijheid. En dan raakt onze zelfreinigende machine heel snel verstopt met rioolinhoud.

Serge Beckers

      Laat uw reactie achter