• nl
  • en
  • de
Crisis call: +31 (0)26 372 0871
Wisse Kommunikatie Wisse Kommunikatie
Crisis call: +31 (0)26 372 0871
Nieuws

En de krant schreef er weer een ‘zuur‘ stukje over

Blog

Vorige week hadden we als – onderdeel van een project – Nederlandse en Duitse media uitgenodigd voor de kennismaking en een proefrit met een nieuw ontwikkeld, autonoom rijdend voertuig. Het voertuig, dat uitgerust is met sensoren, radar, camera’s en andere geavanceerde technologie, reed tijdens een van de rondes op het testcircuit met twee wielen een paar decimeter van de baan. Uitgerekend tijdens de rit waarop een groep journalisten meereed. Door de harde wind, de regendruppels en het water op de baan herkenden de camera’s het traject niet goed. De kopregel in een Nederlandse krant die meldde dat het voertuig “twee keer uit de bocht gevlogen was”, was natuurlijk zwaar overdreven. Het voertuig kan in de autonome modus sowieso niet harder dan 30 kilometer per uur.

Mediaconsument vs. PR-adviseur

Ik heb een haat-liefde verhouding met de dagbladen. Voor mij – als mediaconsument – is de krant nog steeds een van de meest favoriete informatiebronnen. Het lezen van de ochtendkrant tijdens het leeglepelen van een bak yoghurt met muesli is een dagelijks terugkerend ritueel. ’s Avonds lees ik een financieel dagblad en blader ik regelmatig door katernen uit andere kranten die ik van kennissen of collega’s krijg omdat er iets instaat wat me interesseert. Geen grotere frustratie voor mij dan opstaan en ontdekken dat de krant er ‘s morgens niet of niet op tijd is.

Als PR-adviseur kan ik daarentegen soms hartgrondig vloeken over wat de krant (of beter: sommige journalisten) maken van een ogenschijnlijk normaal verlopend interview, van een achtergrondartikel over een trend of van een verslag van een evenement. Ik verbaas me soms oprecht over dat contraproductieve negativisme, dat arrogante cynisme, het gedraai met feiten en dat kortzichtige inspelen op de onderbuikgevoelens van de massa. Wat denken ze daar in godsnaam mee te bereiken? En geloof me, ik heb voorbeelden genoeg. Ik kan er boeken mee vullen.

Oké, ik geef toe dat mijn ergernis over het algemeen wat groter is als het artikel over een van mijn eigen projecten of klanten gaat. Maar ik ben in het voorkomende geval ook sportief genoeg om toe te geven dat een bedrijf zijn zaken niet op orde heeft, dat uitlatingen van de woordvoerder niet handig zijn of als technologie opzichtig faalt.

Nederland vs. Duistland

Maar daarvan was bij de proefrit in het autonome voertuig geen sprake. Toegegeven: de voorbereidingen hadden iets beter gekund en enkele praktische maatregelen (een droge doek over de lenzen) hadden het incidentje waarschijnlijk helemaal voorkomen. De kopregel suggereert echter een heftig ongeluk, waarbij mensen acuut gevaar liepen. In feite was het niet meer dan een afwijking van de route met hooguit een halve meter.

Het resultaat: een interessant en leerzaam project komt in een negatief daglicht te staan; er wordt twijfel gezaaid over de levensvatbaarheid van een technologie die de potentie heeft de verkeersveiligheid en mobiliteit aanzienlijk te verbeteren en de gemiddeld minder intelligente burger krijgt weer een dankbare aanleiding om op de social media los te gaan over nieuwe technologie die ten koste gaat van onze banen en organisaties die onze belastingcenten verspillen.

Hoe anders reageerden de Duitse nieuwsmedia. Die kwamen niet alleen voor ‘stukje’, maar ze toonden echte interesse. Ook zij maakten melding van het foutje in de systemen tijdens die bewuste demonstratierit, maar ze stelden daarnaast gelukkig ook goede vragen en vroegen aanvullende informatie over de technologie, de toepassingen en onderzoek. Het resultaat: goede verhalen over de (on)mogelijkheden van de nieuwe technologie en een publiek dat objectief en zakelijk geïnformeerd wordt.

Goed nieuws is geen nieuws

Toen we de krant belden met de vraag waarom voor die nogal negatieve insteek en kop gekozen was, stond ons de grootste verrassing te wachten: we kregen te horen dat er op de redactie een discussie was gevoerd of het artikel positief of zuur moest worden. De uitkomst van die discussie moge duidelijke zijn, maar over de argumenten voor die keuze tasten we volledig in het duister. Is het gewoon kinnesinne? Hadden de redacteuren een chagrijnige bui? Bestaan er vooroordelen ten opzichte van de organisatie waarvoor we werken? Heeft men een afkeer van vernieuwing? Worden incidenten per definitie op een negatieve manier uitvergroot? Denkt men dat negatieve verhalen en schreeuwende koppen beter verkopen? Nou, dan ken ik er ook nog wel een:

‘Berichtgeving in krant niet altijd betrouwbaar’