• nl
  • en
  • de
Crisis call: +31 (0)26 372 0871
Wisse Kommunikatie Wisse Kommunikatie
Crisis call: +31 (0)26 372 0871
Persberichten

 

Compleet overzicht van de ozonkolommen (in Dobson Units) van CAMS, op hun hoogtepunt op 29 maart 2020, met waarden onder de 250 DU boven grote delen van de Noordpool.
Bron: Copernicus Atmosphere Monitoring Service, ECMWF

Wetenschappers van de Copernicus atmosfeermonitoringsdienst bevestigen dat ozonkolommen boven grote delen van de Noordpool historisch lage waarden bereiken en berichten over de vorming van een ongebruikelijk Arctisch ozongat.

De Copernicus Atmosphere Monitoring Service (CAMS), namens de Europese Unie geïmplementeerd door het ECMWF, heeft bekendgemaakt dat ozonkolommen boven grote delen van de Noordpool dit jaar laagterecords breken en geleid hebben tot het ontstaan van een ozongat. Hoewel het ozongat boven de Zuidpool zich ieder jaar opnieuw vormt tijdens de Antarctische lente, dateert een vergelijkbare sterke afname van de ozon boven de noordpool van de boreale lente in 2011. De wetenschappers van CAMS verwachten dat de afname in 2020 hier nog sterker zal zijn.

 

Tijdserie van minimumwaarden (in Dobson Units) van ozonkolommen op het noordelijk halfrond volgens CAMS (2003–2020) en C3S (1980–2002) (getoond wordt het bereik van de minimumwaarden per decennium), die illustreert hoe bijzonder laag de minimumwaarden van de ozonkolommen in 2020 zijn geweest (zwarte lijn).
Bron: ECMWF Copernicus Atmosphere Monitoring Service, Copernicus Climate Change Service

CAMS draagt bij aan de internationale activiteiten voor het behoud van de ozonlaag door middel van continue monitoring en het delen van kwalitatief hoogwaardige data over de stand van zaken. In november deelde CAMS bijvoorbeeld nog informatie over het kleinste gat in de ozonlaag van de laatste 35 jaar. CAMS combineert metingen van satellieten met computermodellen van de atmosfeer, net zoals dat bij weersvoorspellingen wordt gedaan. Het monitoren van de ozonlaag is belangrijk omdat deze als een schild werkt en elke vorm van leven op aarde beschermt tegen schadelijke uv-stralen.

CAMS heeft de ongebruikelijke activiteit in de ozonlaag boven grote delen van de Noordpool deze lente nauwgezet gevolgd en heeft geconstateerd dat het merendeel van de ozon in de laag tussen 80 en 50 hPa, op een hoogte van ongeveer 18 kilometer, is verdwenen.

Linker afbeelding: Vergelijking van de ozonprofielen (in mPa) van CAMS (rood) en onafhankelijke ozonsonde-instrumenten (zwart) op het Noordpoolstation Ny-Ålesund op 26 maart 2020.
Rechter afbeelding: Gemiddelde ozonprofielen op Ny-Ålesund van CAMS (geel) en ozonsondes (zwart) over de jaren 2003–2019. De gearceerde gebieden wijken +/- 1 standaarddeviatie af.
Bron: ECMWF Copernicus Atmosphere Monitoring Service

Terwijl zich tijdens de lente elk jaar een ozongat boven de Zuidpool ontwikkelt, komen ozongaten in het Noordpoolgebied slechts zelden voor, omdat de omstandigheden die nodig zijn voor een sterke ozonafbraak normaal niet voorkomen op het noordelijke halfrond. De arctische stratosfeer is meestal minder geïsoleerd dan zijn zuidelijke tegenhanger, omdat de landmassa’s en bergketens op de hoge breedtegraden op het noordelijke halfrond de weerspatronen verstoren, waardoor de polaire vortex zwakker wordt en meer verstoord raakt.

“Onze voorspellingen doen vermoeden dat de temperaturen in de polaire vortex nu zijn begonnen te stijgen “, zegt Vincent-Henri Peuch, directeur van de Copernicus Atmosphere Monitoring Service. “Dit betekent dat de aantasting van de ozonlaag zal vertragen en uiteindelijk zal stoppen, doordat de polaire lucht zich zal vermengen met de ozonrijke lucht van lagere breedtegraden. CAMS zal de ontwikkeling van het ozongat boven de Noordpool de komende weken blijven volgen. Het is erg belangrijk om ons internationaal te blijven inzetten om zowel de jaarlijkse fluctuaties in kaart te brengen als de algehele ontwikkeling van de ozonlaag in de gaten te houden.”

Tijdserie van de minimumtemperatuur (ten noorden van 60⁰N) in de stratosfeer op een hoogte waar de druk 50 hPa is, van CAMS (vanaf 2003) en C3S (1980–2002), die illustreert dat de minimum stratosferische temperaturen bij 50 hPa tijdens de winter en de lente van 2020 (zwarte lijn) zich enkele maanden onder de temperatuurdrempel voor PSC-vorming bevonden (-78 graden Celsius).
Bron: ECMWF Copernicus Atmosphere Monitoring Service, Copernicus Climate Change Service

Hoe het ozongat wordt gevormd

Chloor- en broomhoudende stoffen hopen zich op in de polaire vortex en blijven in het donker chemisch inactief. Temperaturen in de vortex kunnen dalen tot onder -78 graden Celsius en er kunnen ijskristallen in polaire stratosferische wolken ontstaan, die een belangrijke rol spelen in de chemische reacties. Als de zon opkomt boven de pool, geeft de energie van de zon chemisch actieve chloor- en broomatomen af in de vortex, die de ozonmoleculen vernietigen, waardoor het gat ontstaat.

Meer informatie over het gat in de ozonlaag is te vinden op onze website:

https://atmosphere.copernicus.eu/cams-tracks-record-arctic-ozone-hole