• nl
  • en
  • de
Crisis call: +31 (0)26 372 0871
Wisse Kommunikatie Wisse Kommunikatie
Crisis call: +31 (0)26 372 0871
Persberichten

Wetenschappers van de Copernicus atmosfeermonitoringsdienst verwachten intense brandactiviteit in het noordpoolgebied na een ongewoon warme lente en na het zien van warmteafwijkingen via satellietbeelden.

Nu het boreale vuurseizoen op het noordelijk halfrond op gang komt, houden wetenschappers van de Copernicus atmosfeermonitoringsdienst (CAMS) de activiteit in de poolcirkel nauwlettend in de gaten, omdat satellieten actieve branden beginnen te detecteren. Wetenschappers van CAMS en andere organisaties vermoeden daarom dat er ‘Zombie’-branden in het noordpoolgebied plaatsvinden. Door de afwezigheid van grondmetingen kan dit echter niet worden bevestigd. CAMS, namens de Europese Unie uitgevoerd door het Europees Centrum voor Weersverwachtingen op de Middellange Termijn (ECMWF), houdt voortdurend toezicht op de intensiteit en de uitstoot van branden in de hele wereld.

Na de ongekende branden van vorig jaar in bepaalde gebieden van het noordelijk halfrond hebben de wetenschappers van CAMS door middel van data van het Global Fire Assimilation System (GFAS) een eerste blik geworpen op de bosbranden van de noordpoolcirkel in 2020. Dit systeem maakt gebruik van waarnemingen op basis van satellietsensoren om zo dagelijkse schattingen van de emissies en informatie over de intensiteit van de branden te bieden, die vervolgens worden vergeleken met gemiddelden van voorgaande jaren om op die manier een beeld te vormen van de langere termijn. De wetenschappers hebben een redelijk normale brandactiviteit voor de regio waargenomen, die naar verwachting in de komende weken zal toenemen naarmate het seizoen vordert, volgens de klimatologische schattingen van 2003-2019.

The Fire Radiative Power – een meting van de warmteafgifte van bosbranden in het noordpoolgebied, die het verloop van het boreale vuurseizoen toont (rood) en het gemiddelde van 2003-2019 (grijs). Bron: ECMWF Copernicus atmosfeermonitoringsdienst (CAMS)

Het risico op bosbranden kan toenemen door ongewoon warme en droge omstandigheden, en er zijn al recordtemperaturen in Europa gemeten voor maart en april van dit jaar. De zusterdienst van ECMWF Copernicus – de Copernicus dienst voor klimaatverandering (C3S) – meldde dat de temperaturen in april 2020 bovengemiddeld waren in het noorden en in het kustgebied in het midden van Groenland en in een groot deel van Siberië.

“Dankzij de klimaatgegevens van C3S weten we dat de regio’s van de poolcirkel die in 2019 het meest door branden werden getroffen, een warmere en drogere oppervlakte hadden, wat de ideale omgeving schiep om branden verder te laten aanwakkeren en brandend te houden”, legt Mark Parrington, CAMS Senior Scientist en (bos)brandenexpert uit.

Signalen dat ‘Zombie’-branden in de poolcirkel opnieuw opgelaaid zouden zijn, zijn redenen voor bezorgdheid omdat de bosbranden van vorig jaar in de regio ongekend waren en er in juni 2019 naar schatting 50 megaton kooldioxide werd uitgestoten. Dat is het equivalent van de totale jaarlijkse uitstoot van Zweden.

Mark Parrington legt uit: “We hebben satellietobservaties van actieve vuren gezien die erop wijzen dat ‘Zombie’-branden misschien opnieuw aangewakkerd zijn, maar dat is niet bevestigd door grondmetingen. De afwijkingen zijn veelvuldig geconstateerd in gebieden die afgelopen zomer in brand stonden. Als dit het geval is, dan kunnen we onder bepaalde milieuomstandigheden een cumulatief effect zien van het brandseizoen van vorig jaar in het noordpoolgebied, dat zich in het komende seizoen zal voortzetten en opnieuw kan leiden tot grootschalige en langdurige branden in dezelfde regio.”

CAMS-wetenschappers hebben al andere brandactiviteiten in andere delen van de wereld gemonitord tijdens het tropische vuurseizoen, dat net is afgelopen. Zij melden dat de uitstoot in het Caribisch gebied, met landen als Belize, Guatemala, Honduras, Nicaragua, Panama en het Mexicaanse schiereiland Yucatan, ver boven het gemiddelde van 2003-2019 lag. De intensiteit van de branden, de Fire Radiative Power (FRP), bleek in deze landen ook ruim boven het gemiddelde van 2003-2019 te liggen.

The Fire Radiative Power – een meting van de warmteafgifte van de bosbranden tijdens het tropische vuurseizoen (rood) en het gemiddelde van 2003-2019 (grijs). Bron: ECMWF Copernicus atmosfeermonitoringsdienst (CAMS)

De uitstoot en de intensiteit van de branden in Zuidoost-Azië, met onder meer Cambodja, Laos, Maleisië en Myanmar, lagen daarentegen dichter bij het gemiddelde, waarbij Thailand en Vietnam zich onder het gemiddelde bevonden.

Een regio in het bijzonder die zwaar werd getroffen door bosbranden was Indonesië, waar een van de meest intense incidenten in bijna 20 jaar heeft plaatsgevonden. CAMS-wetenschappers schatten dat de Indonesische branden, die in augustus 2019 begonnen en pas drie maanden later eindigden, tenminste 708 megaton CO2 hebben uitgestoten. Omstandigheden die droger waren dan gemiddeld, in combinatie met het in vlammen opgaan van koolstofrijke veengebieden, werden beschouwd als de belangrijkste oorzaak van de intensieve oplaaiingen. De wetenschappers van CAMS schatten dat de dagelijkse totale brandintensiteit hoger was dan het gemiddelde van de laatste 16 jaar. De resulterende giftige nevel had niet alleen een schadelijk effect op de lokale bevolking, maar veroorzaakte ook blijvende schade aan de natuurlijke bossen en fauna en flora.

Mark Parrington verklaart: “We hebben ook de emissies en de intensiteit van de branden in de tropische regio’s nauwlettend in de gaten gehouden en terwijl sommige regio’s iets boven het gemiddelde uitkwamen, zijn andere regio’s licht gedaald. Dit toont aan dat, hoewel sommige gebieden meer risico lopen op grotere wildvuuractiviteit in warmere en drogere omstandigheden, dit nooit eenvoudig in te schatten is. Ons werk houdt in dat we de uitstoot en intensiteit van deze branden zeer nauwlettend in de gaten houden, zodat we een overzicht voor de langere termijn kunnen maken om hun impact op de atmosfeer te begrijpen en beleidsmakers en organisaties te informeren die zich bezighouden met maatregelen.”

Meer informatie over het tropische vuurseizoen is hier in te zien.